Home
TV
Radio
Over ERTS
Agenda
Reacties
Nieuws
Links
Medewerkers


Zoeken op ERTS

               ERTS Radio - Detail van de uitzending
 
GOD EN DE GROTE OORLOG - 07-11-2012 om 20:02

Klik hier om deze aflevering te beluisteren »

ERTS R276 - UITZENDING - 07-11-2012 – GOD EN DE GROTE OORLOG

Welkom Jean: Dag luisteraar, dit is een uitzending van de Evangelische Radio & TelevisieStichting. Vanavond nemen onze reporters Don Zeeman en Jean Bos je mee naar een tentoonstelling. Aanstaande zondag is het Wapenstilstand. Die dag gedenken we dat er een einde kwam aan de Eerste Wereldoorlog, ook wel de Grote Oorlog genoemd. Nergens in ons land is de herinnering aan die tijd zo levendig aanwezig als in de Westhoek, meerbepaald Diksmuide en omgeving.
In de IJzertoren loopt dezer dagen een tentoonstelling onder de titel 'GOTT MIT UNS' - de nood om te geloven. Peter Verplancke leidt er ons rond, en al wandelend mijmeren we over oorlog en religie, God en het wapengekletter, vrede en geweld, leven en dood op het slagveld. Maar eerst vernemen we iets meer over het hoe en waarom van deze expositie.

Peter:
Wij zitten hier in de IJzertoren. In de IJzertoren staat in koeien van letters geschreven 'AVV, VVK'" "Alles voor Vlaanderen, Vlaanderen voor Christus". En we hebben eigenlijk de laatste tijd wel een aantal vragen daar rond gekregen: Moeten die letters daar nog wel blijven staan? Wat betekenen die letters? En net dat heeft ons ertoe aangezet van kijk als er iemand iets kan zeggen over religie, over geloof in die Eerste Wereldoorlog, dan zijn wij het wel, in een toren die een vorm heeft van een grafzerk, ja, dan is het toch daar wel dat het mag gebeuren.

Jean Bos: De Eerste Wereldoorlog begint pas in 1914, waarom nu al deze tentoonstelling?
Peter: In onze werking proberen we toch tweejaarlijks een tijdelijke tentoonstelling voorzien dus we proberen toch met een originele invalshoek speciaal aspect van de oorlog te belichten en vandaar ditmaal religie.

Peter: We staan aan de ingang van de tijdelijke tentoonstelling 'GOTT MIT UNS' we hebben de tentoonstelling eigenlijk ook een ondertitel gegeven dat is “de nood om te geloven” We hebben die in meer talen gezet : le besoin de croire, the need to believe. De mensen zeggen soms dat gaat meer naar de Tweede Wereldoorlog, maar dat is niet helemaal waar. Wat we eigenlijk zien is dat we doorheen de geschiedenis er altijd oorlogen zijn geweest waar er een religieuze boodschap in zat. Mensen gingen ten oorlog met een religieus doel en dat zag je in de klederdracht, in de symboliek.
Je ziet hier die Duitse riem 'Gott mit uns'. Waarom hebben we deze genomen? Heel specifiek omdat Duitsland op dat ogenblik, de Duitse legers die waren nog niet eengemaakt, het enige onderdeel van het Duitse leger dat wel eengemaakt was dat was de marine en in hun symbolen zal die 'Gott mit uns' . maar dan zie hier die andere ‘Gott straffe England’. ‘Dieu est mon droit' in het Frans’. Het Belgische 'Dieu sera avec nous' zie je daar. "Vorwärts mit Gott."
Dus in die symboliek gaven de landen eigenlijk een boodschap mee aan hun soldaten van kijk, God vecht met ons mee.

Jean Bos: Dus blijkbaar religie heeft die kracht om mensen tot oorlog aan te zetten.
Religie heeft blijkbaar inderdaad die kracht om mensen tot oorlog aan te zetten. En de vraag is of dat dat eigen is aan religie, of dat de boodschap die religie wil geven wel overeenkomt met de boodschap die gegeven wordt door die oproep.
De rest van het verhaal, en dat is eigenlijk het grootste gedeelte, tonen we de andere kant van het verhaal, de soldaat, wat wil ie in die loopgraven? Dat is maar één iets en dat is overleven.
Wij willen eigenlijk hier aantonen dat de gewone soldaat met die opdracht die die legers geven van kijk, god vecht mee aan onze kant, dat die gewone soldaat daar op dat ogenblik geen boodschap aan heeft, dat het enige wat voor hem telt, dat dat overleven is.

Je ziet dat een heleboel van die soldaten eigenlijk terugvallen op een aantal zaken die ze kennen van vroeger, die ze kennen van thuis en geloof, godsdienst is daar één van en dan zie je dat men terug valt op het bidden, terug valt op het lezen in de Bijbel en terugvalt op een aantal zaken die men van vroeger kende.

Commentaarstem Carala: Er werd niet alleen een beroep gedaan op het religieus gevoel van de gewone soldaat. Ook aan het front zelf was de kerk dicht bij de mensen. In Frankrijk waren priesters niet uitgesloten van de dienstplicht. Aanvankelijk droegen ze zelfs wapens, maar met het vorderen van de oorlog werden ze meer en meer ingezet bij de lichamelijke en geestelijke verzorging van hun kameraden.

Peter: Eigenlijk wordt er opgeroepen naar de priesters van kijk ga niet te dicht bij het front, waarom, dat was het idee van de paus, want kijk als mijn priesters moeten schieten op priesters van de tegenstander, ik moet wel bouwen aan mijn kerk na de oorlog en de als die mensen schieten op elkaar, gaat dat niet lukken om mijn kerk her op te bouwen.

Jean Bos: Werd daar gehoor aan gegeven?
Peter: Neen daar werd eigenlijk geen gehoor aan gegeven. Je ziet eigenlijk net het tegendeel dat veel aalmoezeniers, veel priesters heel dicht bij de soldaten staan en dat die ook meegaan op gevaarlijke acties, meegaan als brancardier, wanneer het gevaarlijk is
Jean Bos: Is het ook niet vaak hun eigen keuze?
Peter: Natuurlijk, maar dat merken we net dat die priesters, die brancardiers dicht bij de soldaten staan. En net door die keuze te maken staan ze er dichtbij.

Peter: Hier tonen we eigenlijk een Belgische priester-aalmoezenier die een gewonde soldaat te drinken geeft. We zitten nog in het begin van de oorlog, augustus 1914 op dat ogenblik is dat zo, dat een hele boel aalmoezeniers dienst doen in het Belgische leger. De meeste van die mensen worden eigenlijk ingezet bij de medische diensten.

Commentaarstem Carla: Niet alleen de katholieke kerk bekommerde zich om de geestelijke noden van de troepen. Er waren ook vrijzinnige consulenten, en voor het eerst zien we protestantse en evangelische hulpverleners op het toneel verschijnen. Op dat vlak speelt het Amerikaanse echtpaar Ralph en Edith Norton een belangrijke rol. Aaldert Prins is verbonden aan Evadoc, het Evangelisch Documentatiecentrum. Dit centrum leverde een kleine, maar heel bijzondere bijdrage aan deze tentoonstelling.

Aaldert: Ook protestanten zaten in het leger, een hele kleine minderheid, maar toch, die hadden dus ook recht op een geestelijke verzorging. En gewoon luisteren denk ik dat al heel belangrijk is en als zedan met vragen zitten van spirituele aard dat je ze dan daarop ook een antwoord op kunt geven. Soms denk je, ja ik denk dat je ook eerlijk moet zeggen dat God immens verdriet heeft van alle ellende die mensen elkaar hier aan doen.
Peter: Wij hebben hier eigenlijk een tweetal foto's waar we Ralph Norton en zijn vrouw tonen, maar nog belangrijker vind ik persoonlijk, zijn de brieven die we hieronder tonen: brieven naar Ralph Norton waar we in kunnen mee lezen, kijk ik bedank u grotelijks voor het schoon boek dat ge me gezonden heb, dat was het Nieuwe Testament, welke mijn religie is en ik wens ook in het verbond van de Heilige Schriften welke ene afdeling is van Belgische soldaten, mede te doen.
Hierboven hangt zo een lidkaart: Bond der Heilige Schriften, afdeling voor de Belgische soldaten en daar staat eigenlijk ook een opdracht bij en daar staat bij, ik zal trachten steeds een Bijbel, het Nieuwe Testament of Evangelie op mij te dragen er dagelijks in te lezen en dit te overwegen.
In oorlogstijd, dat is toch een statement. En als je dan ziet dat op het einde van de oorlog toch een tienduizend soldaten beloofden dit te doen, dan vind ik dat heel veel.

Aaldert: Wat je ook niet mag vergeten is dat x-aantal soldaten alles als leesvoer te pakken konden krijgen, lazen, of het nu vanuit katholieke, protestantse of vrijzinnige hoek was, dat maakte niet uit, want men moest in de loopgraven de tijd doden. Als men iets nieuws had om te lezen, was dat interessant protestantisme kende ze niet en van daar dat ze dat als een soort spons opzogen. Dus je hebt eigenlijk de twee, mensen die uit pure verveling dat aannamen en mensen die uit oprechte belangstelling voor iets nieuws daarin begonnen te lezen.
Don Zeeman: En als ze daardoor nu pacifist werden?
Aaldert: In het archief van de Belgische Evangelische zending zijn toch enkele honderden brieven bewaard gebleven en daarin vind ik geen enkele wijzingen naar pacifisme in de zin van ik weiger om te vechten maar wel voortdurend het verlangen, het intense verlangen dat die oorlog liever gisteren dan vandaag gedaan zou zijn.

Don Zeeman: Is er dan in de oorlog veel behoefte aan om met religieuze dingen bezig te zijn, of is het ideale moment om je geloof te verliezen?
Peter: Ik denk dat die twee mogelijkheden zeker aanwezig waren van soldaten die zeiden van kijk voor mij hoeft hier niet, elke dag is mijn laatste dag, als ik op verlof kan, dan ga ik naar Parijs of naar Londen waar er gefeest kan worden
Maar je had ook het tegenovergestelde, en dat was, ja de soldaten die expliciet kozen om hun verloftijd, die dan nog beperkt was, volledig door te brengen in Lourdes. Dus dat toont net het grote verschil tussen twee mogelijkheden.

Aaldert: Ik denk dat bij de waanzin van een oorlog dat de mensen grosse modo twee keuzes hebben ofwel gaan ze redeneren vanuit als er een God bestaat, dan laat Hij dit niet toe, waardoor ze het geloof los laten of wel nog verder van enige godsdienst af gaan staan ofwel dat ze daar hun enige houvast nog in zien om in die waanzin en in dat geweld daar nog ergens een houvast in te hebben.

Commentaarstem Carla:De waanzin en gruwelijkheid van deze oorlog is welhaast legendarisch. Johnny Stroobant, die in Staden woont en lid is van een evangelische kerk, heeft zich wat verdiept in deze materie. En dit is wat hij hoorde uit de mond van iemand die er toen bij was.

Johnny: Ik heb een verhaal gehoord, een waar gebeurd verhaal en die man verteld en dat is me altijd bij gebleven zegt hij, daar stonden de Duitsers en de Belgen die op mekaar vlogen met bajonetten dat zei die man ik hoorde ze tieren, schreeuwen zei hij onvoorstelbaar, ik ben dat nooit meer kwijt geraakt in mijn leven. Dus dat kan ik me persoonlijk niet voorstellen dat die jongens die tegenover wat die baden of zeiden dat kan je niet voorstellen. Dat is de gruwel zelf.

Don Zeeman: Johnny, hebt gij een idee hoe men in die tijd eigenlijk met leven en dood omging? Want dood was altijd heel dichtbij hè. Wil dat zeggen dat men toen anders met leven en dood omging dan in een geseculariseerde wereld van vandaag?
Johnny: Ja, ik denk het wel, ik denk het wel juist van uit geloofsstandpunt, dat men daar meer zich vaak nog als enig uitweg middel uiteindelijk nog het geloven in het hiernamaals nog, als juist als je verhalen leest van soldaten die daar toch hun opstelde toch ingeval dat ze zouden gaan sneuvelen.
Dat mensen nog heel specifiek hun zonden beleden aan de priesters. Dat was dat voor hen toch absoluut ook een uitweg was, het was anders, daar geloof ik wel in.
Peter: Wat we wel zien dat er een moment is dat die soldaten stil staan bij het leven, waar ze denken aan thuis, waar ze denken aan ga ik het wel overleven? Ik denk dat daar vooral de kracht ook in zat, ja, eerder dan in het religieuze op zich eigenlijk.

Peter: Dit is een kast die vol ligt met doodsprentjes en er staat de titel bij 'God is dood aan de IJzer'.
Een drietal weken voordat de tentoonstelling openging, hadden we hier een bezoeker, die ons bezig zag en die vroeg wat zijn jullie eigenlijk aan het doen? En toen we vertelde ja, wij zijn een tentoonstelling aan 't maken over religie, zei die man: 'Mijn grootvader was een oud-strijder. En toen ik nog klein was en ik ging toen nog naar school zeiden de priesters in school tegen mij, uw grootvader was een communist en ik ben daar mee naar mijn grootvader gestapt en zei van, kijk in school zeggen ze dat jij een communist bent. Ja wie zegt dat? De priesters in school. En waarom zeggen ze dat? Omdat gij nooit naar de kerk komt en niet in God gelooft! Och zegt die man. Zeg maar tegen de priesters dat God dood is aan de IJzer, Dieu est mort à l'Ysère'.

Peter: Het laatste wat we hier hebben, is een kast met gebedenboeken.
Dat gaat van…, in het Engels…a prayer for a good death. In het Frans zie je een Prière avant le combat. In het Duits hebben we hier een gebed voor een veldslag die je verliest
In het Nederlands heb ik hier een gebed om de zuiverheid te bewaren. Een gebed voor een kind dat hij moest opzeggen voor zijn vader, dat zijn vader de oorlog zou overleven. Dus het was ontzettend divers.
Don Zeeman: Waren beide kanten even overtuigd dat God aan beiden zijden stonden?
Peter: Ik denk het wel, ja.

Jean, Tot zover deze korte impressie. Voor meer over deze tentoonstelling kan je terecht op www.erts.org. Daar kan je het programma opnieuw beluisteren en de tekst nalezen. telefonische reacties zijn welkom op het nummer 03-457.00.00; 03-457.00.00. Mailen doe je naar: radio@erts.org. We zijn er weer op woensdagavond 5 december na het nieuws van achten, en zoals gebruikelijk op Radio 1. Nog een fijne avond en tot de volgende keer!

 

« terug naar de vorige pagina
Bekijk ook de oude uitzendingen in het archief »